Uitkeringen en woonlasten

uitkering-en-woonlast

We importeren al decennia aan de lopende band arbeiders uit het buitenland om ons werk te laten doen. En dat terwijl het onbetaalbaar wordt om landgenoten met en uitkering op de bank te laten zitten. We gedragen ons alsof we een huishoudster inhuren terwijl we gewoon thuis aan de koffie zitten met een koekje erbij. Als Nederland haar sociale stelsel wil behouden, zal ze bereidt moeten zijn om haar eigen boontjes te doppen.

2e generatie bankzitters

Al ruim vijftig jaar laten Nederlanders andere mensen het werk doen waar ze zichzelf te goed voor voelen. Het begon met het werven van goedkope gastarbeiders om het werk te doen dat Klaas en Trudie “ontgroeid” waren. Inmiddels zijn onze hardwerkende gastarbeiders van weleer, zo goed ingeburgerd, dat ze naast ons aan de koffie op de bank zitten terwijl we vrolijk naar de busjes uit Polen en Roemenië zwaaien die af en aan rijden; de 2e generatie bankzitters is gesetteld.

Als we een 3e generatie bankzitters willen voorkomen, zullen we weer zelf de handen uit de mouwen moeten steken, zelf onze vis schoonmaken, zelf onze eigen asperges steken, zelf de was doen, zelf de vuilnis ophalen, zelf onze eigen tomaten plukken, zelf onze bejaarde ouders verzorgen, zelf onze huizen verbouwen, zelf onze eigen straatje schoon vegen en zelf onze bloemen oogsten op onze wereldberoemde bollenvelden.

Uitkeringen

Nederland telt ongeveer ± 409.500 WW-ers, ± 399.000 bijstandsuitkeringstrekkers en ± 804.900 arbeidsongeschiktheidsuitkeringstrekkers (nov. 2016). Deze landgenoten ontvangen jaarlijks gratis 75,2 miljard, dat uit pure solidariteit is opgebracht door de werkende medemens. Dat is exclusief de 36,3 miljard aan voorzieningen die worden uitgedeeld onder wel- en niet-werkenden, in de volksmond toeslagen genoemd. Bij elkaar is dit goed voor 1/3 van de rijksbegroting. Als we de AOW ook meerekenen dan kunnen we zelfs de stelling innemen dat “herverdeling van inkomen” de primaire overheidstaak is geworden. Alles bij elkaar wordt meer dan de helft van de rijksbegroting uitgegeven aan uitkeringen.

Gastarbeiders

Als je in Europa woont, mag je in heel Europa werken. 421.100 Europeanen zijn in 2014 naar Nederland gekomen om hier te werken. Polen waren met 150.000 de grootste groep Europese werknemers in Nederland, gevolgd door de 42.600 Duitsers en 25.200 Belgen. Het aantal niet-geregistreerde gastarbeiders dat hier nog bovenop komt is onbekend. Dat kan bijvoorbeeld die ene aardige meneer zijn uit Roemenië of Polen, die je heeft geholpen met de verbouwing van je badkamer, waar je toen handje contantje voor betaald hebt.

1 uitkering = 3x verlies

Iedereen die een uitkering ontvangt kost Nederland 3x geld. Allereerst doordat hij/zij geld ontvangt uit de staatskas. In de tweede plaats omdat hij/zij geen geld stort in de staatskas. Zonder baan immers ook geen loonbelasting, geen afdracht van sociale premies en dus ook geen bijdrage aan het bruto nationaal product (bnp). Tenslotte omdat het werk noodgedwongen wordt gedaan door een gastarbeider die zijn verdiende loon (deels) niet in Nederland uitgeeft, maar in zijn eigen land. Nederland loopt consumptie mis en BTW inkomsten. Landgenoten aan het werk helpen bespaart dus niet alleen overheidsuitgaven, het levert tegelijkertijd ook meer belastinginkomsten op en het vergroot de binnenlandse bestedingen. Dat laatste is overigens niet alleen goed voor de detailhandel. Het levert indirect ook weer nieuwe banen op, waar mensen met een uitkering op kunnen solliciteren.

Modaal inkomen met een uitkering

De bijstandsuitkering in Nederland voor een tweepersoons huishouden is ongeveer 100 euro hoger dan een modaal inkomen in Portugal. Dat is dat andere welvarende land in Europa waar we graag naar toe op vakantie gaan. Dat komt omdat de bijstandsuitkering voor gehuwden en samenwonenden even hoog is als het minimum loon. Dat is ± € 1.550,-. Alleenstaanden ontvangen 70% van het minimum loon aan bijstand (+ toeslagen). Slimme uitkeringsgerechtigden gaan hun recht op gratis geld echt niet inruilen voor zuur verdient minimum loon. Daar is bovenmenselijk veel moreel besef voor nodig.

Een gezonde financiële prikkel zal onze landgenoten wel over de streep trekken. Er is dus een kloof nodig tussen de uitkering en het minimum loon om werken aantrekkelijk te maken. Toch kunnen de uitkeringen met goed fatsoen niet verder omlaag en het minimum loon kan niet omhoog zonder de Nederlandse werknemer internationaal uit de markt te prijzen. We zitten klem! Rara hoe kan dat?

Werken loont niet

Werk is er in elk geval genoeg. Zowel in eigen land als net over de grens. Nederlanders mogen evengoed in andere landen werken als Europese gastarbeiders in ons land. Bij Groningen over de grens staan Duitse werkgevers net als onze eigen tuinders in het Westland te springen om personeel. De (minimum) lonen zijn ongeveer vergelijkbaar. Landgenoten met een uitkering hoeven in elk geval geen baan te zoeken. Ze hoeven alleen maar een baan te accepteren. Het UWV heeft in al haar ijver en wanhoop om mensen aan een baan te helpen zelfs een leger aan job coaches in dienst en ze organiseert geheel verzorgde excursies naar werkgevers die omkomen in het werk. Wie wil werken, mag zelfs gratis een vak leren.

Sommige mensen komen in beweging als er iets te winnen valt, anderen doen dat pas als er iets te verliezen valt. Beide mechanismen ontbreken momenteel in ons sociale stelsel. De uitkeringstrekker wint er nagenoeg niets mee om zijn uitkering in te ruilen voor een minimum loon. Die zijn immers nagenoeg gelijk. Daarbij loopt de uitkeringsgerechtigde overigens nog het risico om toeslagen te verliezen. Het is niet ondenkbaar dat een uitkeringsgerechtigde er zelfs netto op achteruit gaat als hij/zij een baan accepteert. Ook al mag je geen werk weigeren, sancties bestaan nauwelijks. Via internationale verdragen (o.a. EVRM) hebben we onszelf verplicht om bestaanszekerheid aan al onze burgers te garanderen.

Uitkeringen verlagen

Het zal uiteindelijk dus toch verstandiger zijn om de uitkeringen te verlagen. Niet om onze landgenoten af te knijpen, maar om werken weer lonend te maken. Zodat er weer wat te winnen valt. We benaderen het dus positief en gaan niet praten over verplichte tewerkstelling of andere sancties. Een sober uitkeringsbestaan maakt uitzicht op een welvarend werkend bestaan een stuk aantrekkelijker. We kunnen van onze landgenoten met en uitkering wel vragen om gewone thee te drinken in plaats van Ice Tea. We kunnen ook vragen om de fiets te pakken in plaats van de scooter. Maar we kunnen onze landgenoten niet de armoede in jagen of op straat zetten! De vraag is dus: waarop kan bezuinigd worden zonder dat we mensen echt in de problemen brengen?

Woonlasten verlagen

Koopkracht = inkomen – vaste lasten. Als inkomens evenveel dalen als de vaste lasten, blijft de koopkracht gelijk. Als we de uitgaven van landgenoten onder de loep nemen zien we dat voor huurders de woonlasten, met gemiddeld 39% tot 42% % van het netto inkomen, de grootste kostenpost is. Mensen met een lager inkomen (of uitkering) geven waarschijnlijk een nog groter deel uit aan wonen. Kopers besteden overigens gemiddeld 28% tot 34% aan wonen. P.S. Bij deze percentages zijn de gemeentelijke heffingen inbegrepen. Om de uitkeringen op een sociaal rechtvaardige manier te kunnen verlagen moeten we dus goed kijken naar de woonlasten. Met name voor huurders.

De overheid negeert huurlasten

Nu we weten dat de hoogte van de uitkering gegijzeld word door hoge huren en hypotheken is het gek om te horen dat premier Rutte en de minister van sociale zaken Asscher in 2013 samen hebben besloten dat het verstandiger is om de huren te verhogen. In Lissabon zou deze maatregel hout snijden, omdat de huurwet daar de huren zo laag houdt dat de stad letterlijk op instorten staat. Een appartement huren kost daar dan ook maar 50,- tot 100,- euro per maand. In uitzonderlijke gevallen naar verluid zelfs maar 5,- euro. Van dat bedrag houdt de verhuurder geen geld over voor onderhoud.

Nederland heeft de grootste sociale huursector van Europa en rekent een van de hoogste huren. Woningcorporaties bezitten 35% van de woningen in Nederland. Onze woningcorporaties bulken van het geld, als dat tenminste verstandig is beheerd in plaats van verbrast. Het lijkt er dus op dat de maatregel, hoe goed bedoeld ook voor de bouwsector en de woningmarkt, ten koste gaat van de koopkracht van mensen met een uitkering (of minimum loon). Voor het verwezenlijken van ambities in de sociale agenda schiet de minister van sociale zaken zichzelf hiermee dus onbedoeld in de voet.

Zeepbel van hypotheekrenteaftrek

De huren worden onder andere beïnvloed door de prijs van koopwoningen. De hypotheekrenteaftrek drijft de prijs van woningen al jaren kunstmatig op. Nederland heeft mede hierdoor verhoudingsgewijs de grootste hypotheekschuld ter wereld. De Europese commissie zit Nederland hier al decennia voor achter de broek. De schuldenlast wordt verder opgestuwd door falend toezicht bij de vorming van speculatieve beleggingshypotheken door banken en verzekeraars. Beide zaken zijn onhoudbaar gebleken en worden nu mondjesmaat gecorrigeerd. Onze woningvoorraad is door dit alles beduidend minder waard dan we met z’n allen aan hypotheekschuld hebben. Kort samengevat kun je zeggen dat wat ooit bedoeld was als een sociale maatregel om het eigen woningbezit voor mensen met een laag inkomen te bevorderen, is verworden tot een gedrocht dat een hele generatie woningbezitters de schuld in jaagt en uitkeringstrekkers indirect de arbeidslust ontneemt. Woonlasten zijn dus mede bepalend voor de internationale concurrentiepositie van arbeid.

Zeepbel van grondpolitiek door gemeenten

Verder stuwen gemeenten zonder enige vorm van regulering de prijzen voor huur (en koop) flink op door hun speculatieve vastgoed politiek. Bouwgrond wordt tegen zo hoog mogelijke prijzen aan projectontwikkelaars verkocht om sociale, prestigieuze en ambitieuze plannen op de verlanglijstjes van wethouders en raadsleden te verwezenlijken. Dit laatste werkt door in de prijzen van huurwoningen, omdat ook de woningcorporaties flink in de buidel moeten tasten voor de aankoop van grond. De bedragen wordt vervolgens doorbelast in de huur. Niemand lijkt er bij stil te hebben gestaan dat al die prijs opdrijvende ambities door ons zelf betaald moeten worden. De rekening komt dus als een boemerang terug. Tel daar de OZB belasting van gemeenten bij op en de grondpolitiek verhoogt de woonlasten cumulatief.

Woonlasten verlagen is de sleutel tot het verlagen van uitkeringen

Al met al kun je erop speculeren dat de uitkeringen van onze landgenoten pijnloos evenveel naar beneden kunnen als de zeepbel in de maandelijkse woonlasten groot is. Wie prikt hem door en laat sociaal beleid hand in hand gaan met gezond economisch beleid?

Camiel Versluis | 25 maart 2017
1e publicatie 1 januari 2013

Bronnen: