Toeslag loont

Toeslag

Een rondje Googelen bevestigd wat we allemaal al lang weten. Nederlanders zijn spuugduur. Terwijl we verontwaardigd rapporteren over de eerste Nederlandse gezinnen die met een blikje Redbull in de hand onder de armoedegrens wegzakken achter hun flatscreen, laten de statistieken zien dat het minimumloon bijna nergens hoger is dan in ons polderlandje waar de hulpverleners in de rij staan om het laatste beetje arbeidsethos eruit te nivelleren.

Eerlijk toegeven

Waarom zou je gaan werken als je voor hetzelfde geld niet moe hoeft te worden? We praten dus over een groep hele rationele mensen die weten wat ze waard zijn en die in de gelegenheid zijn om weloverwogen een bijstandspakket aan te vragen. De vraag is hoe dat kan? Dat antwoord is niet eenvoudig, want er is niet één maatregel aan te wijzen die daar verantwoordelijk voor is. Op papier klopt alles. De uitkering is lager dan het minimum loon. Het antwoord zit in de enorme lijst met tegemoetkomingen van onder andere: heffingskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kindertoeslag, kinderopvang toeslag, persoonsgebonden budget, kindgebondenbudget, een-ouder-toeslag, aanvullende alleenstaande-ouderkorting, kwijtschelding gemeentelijke belasting, langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand,  en schuldhulpverlening.

Pas op, werken kan u geld kosten

De ironie van alle tegemoetkomingen is dat werken niet meer loont terwijl ook nog eens het minimum loon de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse arbeider  uit de markt prijst. Ondernemers die een fabriek in Nederland plaatsen betalen  ± € 1.500,- bruto per maand per werknemer, waarvan ± € 500,- naar de belastingdienst gaat. Bovenop het brutoloon betaalt de ondernemer ook nog loonheffingen waardoor de totale loonkosten nog iets verder stijgen. De overheid keert vervolgens ongecoördineerd de ontvangen belasting uit in de vorm van kortingen, tegemoetkomingen en subsidies. Als mijn dochter van 10 zou vragen waarom we zo ingewikkeld doen sta ik met mijn mond vol tanden. Ze zou me uitbundig vertellen dat het logischer is als de werkgever het bedrag rechtstreeks over maakt. Dat scheelt een boel administratie en het is meteen duidelijk waar het geld werkelijk vandaan komt.

Ons stelsel is gebaseerd op moreel besef

Werknemers in Nederland  moeten 3x zo productief zijn als zijn als hun Poolse collega om concurrerend te kunnen zijn. Om die motivatie op te brengen wordt de Nederlandse arbeider verondersteld om zijn recht op bijstand variërend van ± € 700,- tot € 1.300,- netto naast zich neer te leggen en verder niet na te denken over alle extra toeslagen die men mogelijk misloopt als er gewerkt wordt. Door alle tegemoetkomingen loopt de arbeider in spe in uitzonderlijke gevallen zelf het risico om er financieel bij in te schieten als hij/zij (meer) gaat werken. Tegelijkertijd wordt de ondernemer verondersteld om er brood in te zien om de Nederlandse werknemer te verleiden om voor een paar extra centen zelf zijn kostje bij elkaar te sprokkelen, zonder dat deze daarna nog een werkweek over houdt om aan de kinderen te besteden of om bij te klussen.

Lagere inkomstenbelasting in 1e schijf

Het belangrijkste is dat de ondernemer misschien wel eens een lager minimumloon kan betalen terwijl de werknemer netto meer overhoudt. Hoe? Door de loonbelasting in de 1e schijf te verlagen. De overheid kan het verlies aan belastinginkomsten compenseren door de tegemoetkomingen af te schaffen. Het geheel moet natuurlijk goed in samenhang bekeken worden. Een herhaling van het zorgpremie-nivelleringsfeest bij de haastformatie in 2012 willen we niet op ons geweten hebben.

Versterk de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse arbeider

De kern van het verhaal is dat het zeer goed mogelijk is om werken lonend te maken en tegelijk de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse arbeider veilig te stellen. Socialistische partijen hoeven niet langer te klagen over het ondernemersgeweten, maar kunnen samenwerken met werkgevers door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor werkend Nederland. Tuinders en aspergekwekers hoeven geen Poolse en Bulgaarse arbeiders meer aan te trekken, omdat het voor Nederlanders ook weer loont te werken. In een stelsel zonder toeslagen met lagere loonlasten had Ford zijn fabriek niet helemaal van Luik naar Spanje hoeven te verhuizen, maar had zij tevreden kunnen neerstrijken op de nieuwe Maasvlakte.

Camiel Versluis | 16 december 2012

Bronnen: