Olie of vrede

 

Olie

Kent u producten die ‘made in Saoedi Arabië’ zijn? Het geld dat olie oplevert, doodt de lust om producten te fabriceren, diensten te leveren en handel te drijven. Machthebbers verdelen en overheersen, want wie betaalt bepaalt! 

Na een lange strijd van vele jaren stichtte Abdoel Aziz al-Saoed in 1932 het Saoedische Arabische Koninkrijk door samenvoeging van de koninkrijken Nadjd en Hidjaz. Kort daarna in 1938 werd er olie gevonden in de woestijn en het leven veranderde op slag. De nieuwe economische structuur die door de onuitputtelijke olie-inkomsten ontstond, is er vandaag de dag nog steeds.

Afhankelijk van machthebbers
In tegenstelling tot de stammen in Libië, Irak, Afghanistan en Syrië kunnen ze in Saoedi Arabië uitstekend uit de voeten met de olierijkdom. Dat komt doordat de verenigde koninkrijken en al hun prinsen met elkaar de vrede bewaren. Familiedynastieën die zich groot oliegrondeigenaar kunnen noemen, delen daar de lakens uit. Letterlijk en figuurlijk. Een Saoedi ontbreekt het aan niets. Het geld wordt hem in de schoot geworpen. Alleen op papier heeft hij een baan, maar er is geen familielid die naar zijn inzet omkijkt. Dat hoeft ook niet, want gastarbeiders uit India en Pakistan doen al het werk voor een appel en een ei. Je zou kunnen zeggen dat bijna iedereen voor de overheid ‘werkt’.

Oorlog om olie en macht
Op andere plekken in het Midden-Oosten zijn de stamhoofden minder gedisciplineerd. Hele families strijden als brave volgelingen voor hun weldoener omdat die hun monden voedt en hun zakken vult. Die strijd wordt overigens keurig netjes betaald met de verkoop van olie aan Europese automobilisten, waar ik zelf ook toe behoor. En zo kan het gebeuren dat het de weldoener lukt om alle andere stammen eronder te krijgen en om nog meer olie-euro’s bijeen te schrapen. Hoessein en Gaddafi hebben bewezen dat het kan. De opvolgers van deze antihelden zijn nu drukdoende om hun succes te evenaren.

Vluchten
Ondertussen breken de politici in Brussel hun hoofd over de massa’s mensen die geen familie zijn van de stamhoofden, die geen oliegronden bezitten en die de kogels liever ontwijken in veilige landen. Met miljoenen tegelijk zitten ze in een tentje, net over de grens van hun thuisland, te mijmeren of ze een enkeltje naar het land van Frau Merkel zullen boeken bij de smokkelaar van om het hoekje. Misschien kunnen ze onder het label ‘made in Germany’ een handeltje starten in handgemaakte telefoonhoesjes of een winkeltje beginnen.

Misschien wordt het in het Midden-Oosten wat vrediger als we hier in Europa wat minder benzine tanken.

Wij zijn het zo gewend dat het ons niet meer opvalt dat een levendige economie mensen met elkaar verbindt. Om wat aan elkaar te kunnen verdienen, respecteren we elkaar zoals we zijn. Onbewust weten we dat we iedereen in ons grote Europa net zo hard nodig hebben als alle inwoners van ons kleine landje. Ook al gaan we naar een andere kerk of alleen maar naar de voetbalclub. Pas als de euro’s niet meer de grond uit spuiten, zullen de mensen in de oliestaten elkaar weer zien staan om samen een boterham te verdienen.

Camiel Versluis | 30 september 2015